woensdag 22 september 2010

China, luister aub niet naar onze politici

De laatste dagen neemt de druk vanuit het Amerikaanse parlement op President Obama toe. Hij moet China officieel een valutamanipulator noemen. Dat open de deur voor verregaande handelssancties tegen dat land. Volgens de Amerikaanse wetgeving moet de regering die maatregelen nemen als een land de koers van zijn munt kunstmatig laag houdt ten opzichte van de dollar. En dat doet China, menen veel Amerikaanse afgevaardigden. China moet zijn munt sterker laten worden or else….

Maar niet alleen de Amerikanen schoppen tegen China. Ook de Europeanen doen mee. Begin oktober komt een hoge Chinese delegatie op bezoek in Brussel. De Europese Unie heeft gezegd tijdens die ontmoeting China onder druk te zetten zijn munt, de yuan, sterker te laten worden.

Kunstmatig
Of China zondigt kan niet met een simpel ‘ja’ of ‘nee’ beantwoorden worden. Het is wel ongeloofwaardig dat dezelfde Amerikaanse politici die enkele jaren geleden riepen dan de yuan 40 procent te goedkoop is, dat ook nu roepen terwijl de Chinese munt in de tussentijd ruim 20 procent in waarde is gestegen ten opzichte van de dollar!

Onafhankelijk van de vraag of de yuan kunstmatig goedkoop is of niet, is het geschreeuw van de Amerikanen en de Europeanen erg kortzichtig (wat weer niet vreemd is, want hoeveel van die politici snappen iets van de finesses van de economie?).

Geen oplossing
Het ergste wat ons kan overkomen is namelijk dat de Chinezen ons advies overnemen. En dat doen ze langzaam maar zeker. Onlangs heeft de Chinese overheid laten doorschemeren bereid te zijn de koers van de yuan wat meer bewegingsvrijheid te geven.

De Amerikanen en de Europeanen zien een waardestijging van de yuan als de magische oplossing voor al onze economische problemen. De redenering is simpel. Als de yuan duurder wordt, worden Chinese spullen voor ons ook duurder en onze producten, uitgedrukt in yuans,  goedkoper voor de Chinezen. Dat op zijn beurt zal vervolgens de Amerikaanse en de Europese export goed doen en de economieën helpen. Immers, bedrijven uit Europa en Amerika kunnen dan meer verkopen in China en de Amerikanen en de Europeanen kiezen minder vaak voor Chinese producten. Iedereen blij. Of toch niet?

Om te beginnen is het maar zeer de vraag of Chinezen meer spullen ‘Made in the USA/Germany/Holland’ zullen kopen als die goedkoper worden. Immers, wat produceren we wat de Chinezen niet zelf kunnen maken? Die lijst wordt met de dag kleiner.

Bovendien worden veel producten die we uit China importeren al lang niet meer gemaakt in het Westen. Waar de waardestijging van de yuan dan toe zal leiden, is dat de containers uit de Chinese havens richting Rotterdam en andere havens in het Westen net zo vol blijven als vóór de waardestijging van de yuan, maar dat er op de begeleidende factuur wel een hoger bedrag in euro’s en dollars prijkt. Ofwel: de prijzen van veel producten zullen bij ons stijgen. Hoe duurder de yuan wordt (en voor sommige Amerikaanse en Europese politici geldt ‘hoe duurder, hoe beter’), hoe sterker de prijzen zullen stijgen.

En als het nou was dat zij meer kopen bij ons dan wij bij hen, dan had een duurdere yuan nog iets kunnen uitmaken. Maar dat is niet zo. Neem de eurozone. In de eerste maanden van dit jaar verkochten bedrijven uit het euroland goederen en diensten ter waarde van 45,2 miljard euro aan China. Omgekeerd haalden onze importeurs spullen voor 93,2 miljard euro uit China vandaan.

Omdat de Chinese economie de komende jaren veel sneller zal blijven groeien dan de economieën in de VS en Europa (iets van 8-9% tegen hooguit 3% voor de VS en 1,5-2% voor Europa), is de verwachting dat de yuan de komende jaren veel duurder zal worden. Leuk en aardig dat daarmee de wens van veel Amerikaanse en Europese politici in vervulling zal gaan, alleen zal daardoor ook de inflatiedruk in het Westen toenemen. Waarop die politici ongetwijfeld zullen reageren dat dat de schuld is van de oliesjeiks, buitenlandse overheden, speculanten, kortom everybody else but politicians.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten