zaterdag 23 april 2011

Inflatie als probleemoplosser

Men zegt dat de kracht van water ongekend is. Een blik op de bijna 450 kilometer lange en op plaatsen bijna 2 kilometer diepe Grand Canyon in de VS bewijst dat. In een economie is de snel stijgende inflatie de evenknie van water in de natuur volgens mij. Het zal de stijgende inflatie zijn die ogenschijnlijk het onmogelijke, mogelijk zal maken.

Ik doel hierbij op de al jarenlang durende en steeds terugkerende discussie onder economen en beleidsmakers over de grote onevenwichtigheden in de wereldeconomie. De Amerikanen geven veel te veel uit en sparen niets van hun inkomen (enige tijd geleden was er sprake van negatieve besparingen, wat wil zeggen dat de Amerikanen niet alleen al hun inkomen uitgaven maar ook nog eens hun eerder opgebouwde spaargeld gingen besteden), roepen de Chinezen en de Europeanen dan. De Amerikanen op hun beurt bekritiseren de Europeanen en Chinezen dat zij juist veel te weinig uitgeven en dus te veel sparen. De Chinezen zorgen voor een permanente instabiliteit van de wereldeconomie doordat ze bovendien hun munt, de yuan, kunstmatig goedkoop houden. Dat zorgt ervoor dat China doorgaans veel meer aan de rest van de wereld verkoopt dan dat het land koopt van andere landen.

Gefaald

Talloze topontmoetingen hebben er de afgelopen jaren plaatsgevonden om deze problemen op te lossen. Zonder succes. De inflatie, die al enige tijd snel stijgt en volgens mij de komende jaren verder zal stijgen, zal er wel in slagen waar de beleidsmakers keer op keer gefaald zijn.

Neem China. Zo een beetje de hele wereld schopt, smeekt, dreigt en schreeuwt tegen dat land dat het de koers van de yuan los moet laten. De waarde ervan is vastgekoppeld aan de Amerikaanse dollar. Niets mis mee, er zijn veel landen die dat doen, alleen is de yuan op zo’n niveau vastgekoppeld dat die kunstmatig goedkoop is. Wat een voordeel is voor China, want alles wat het land exporteert is daardoor goedkoop voor Amerikanen en Europeanen.

Nu komt China echter ook achter de donkere kanten van een goedkope yuan. Die maakt namelijk alles wat China importeert, en dat is door de hoge economische groei almaar meer en meer, extra duurder.

Onrusten

Het gaat dan vooral om grondstoffen en voedsel (China kan zichzelf niet voeden). Daardoor loopt de inflatie in China de laatste tijd snel op.

Daar bestaat een middel tegen, namelijk de centrale bank die de rente maar snel en voldoende verhoogt. Het probleem daarmee is alleen dat dat de economische groei op de korte termijn hard raakt. Daar is Beijing als de dood voor. In een sterk central geleid land als China betekent minder economische groei bijna automatisch meer sociale onrusten.

Vandaar dat de Chinese centrale bank de rente wel verhoogt, maar dat niet krachtig genoeg doet.

Er is echter nog een uitlaatklep die, samen met een wat krapper monetair beleid van de centrale bank, China uit de penarie kan helpen. En dat is de wisselkoers.

Alle druk van de wereld op Beijing om de yuan duurder te maken heeft tot nu toe nauwelijks geholpen. Hoge en verder stijgende inflatie zal waarschijnlijk wel erin slagen Beijing te overtuigen om dat heilige huisje grondig te verbouwen. Mijn voorspelling is dat het niet lang meer zal duren voordat China de yuan los laat. 2012 kan zomaar het jaar worden waarin de yuan verlost werd van de loodzware ketenen.

De eerste stappen in die richting zijn al gezet. Zo heeft China met enkele landen (de lijst wordt steeds langer) afspraken gemaakt dat de onderlinge handel voortaan in yuans afgerekend kan worden. Voorheen moesten daarvoor dollars aan te pas komen.

Eurozone

In de eurozone kan de inflatie helpen een schijnbaar onoplosbaar probleem op te lossen, namelijk de grote verschillen tussen economieën in de eurozone. Dat is de strekking van een artikel van Raphael Auer, vice-directeur van het International Trade and Capital Flows Unit van de Swiss National Bank en een onderzoeker aan de prestigieuze Princeton Universiteit in de VS. Ik ben het met hem eens, zolang de inflatie redelijk laag blijft. Want als die uit de hand loopt, wordt misschien het genoemde probleem opgelost maar tegelijkertijd een nieuwe, veel grotere gecreëerd. Ik denk daarbij aan oplopende spanningen in de eurozone die het uiteenvallen van de muntunie tot gevolg kunnen hebben. Het zou de wereld op zijn kop zijn als hoge inflatie iets goeds zou zijn.

En de VS? Daar kan de hoge inflatie er eindelijk voor zorgen dat de centrale bank niet meer ongestraft de economie kunstmatig kan oppeppen. Het eerder genoemde probleem van de Verenigde Staten, dat de Amerikanen te veel uitgeven en te weinig sparen, hing voor een belangrijk deel samen met het feit dat geld lenen gratis was. Met een hoge inflatie zal dat, na enige tijd, verdwijnen. De centrale bank zal een ander beleid moeten voeren, anders krijgt Amerika een heuse dollarcrisis voor zijn kiezen. En de onzekerheid over de toekomst zal het sparen verder aanjagen.

Redding

Komt het dan allemaal goed? Dat wel, maar in mijn ogen zal dat pas over veel jaren het geval zijn. De dreiging van sociale onrusten (China), toenemende spanningen in met als gevolg het mogelijke uiteenvallen van de eurozone (Europa) en de dollarcrisis (VS) maakt het nu meer dan ooit noodzakelijk de inflatie in een vroeg stadium aan te pakken. De kans is echter groot dat de situatie in de VS en misschien ook in China en Europa eerst erger moet worden voordat er daadkrachtig wordt opgetreden.

Wij kunnen ons dus opmaken voor een oorlog tegen inflatie die de wereld bij voorbaat zal verliezen. Enige hoop is dat het later, wanneer de inflatie de economieën besmet en tot stilstand brengt, de centrale banken alsnog in opstand zullen komen en de inflatie zullen verbannen, zoals Paul Volcker dat deed eind jaren zeventig en begin jaren tachtig. Maar het zal waarschijnlijk nog heel lang duren voordat die opstand begint.

donderdag 21 april 2011

Tussenstand India vs Inflatie 0:1

Onlangs heb ik een blog gewijd aan de strijd tussen centrale banken en de stijgende inflatie (die blog is weer gebaseerd op de gratis nieuwsbrief van maart 2011). Daarin probeerde ik aan te tonen dat ondanks het feit dat veel centrale banken, met name in opkomende landen, de rentes verhogen, zij de strijd tegen de inflatie zullen verliezen.

De centrale bank van India was een van de eerste centrale banken die begon met renteverhogingen. Een jaar later lijkt het er inderdaad sterk op dat die centrale bank de strijd verliest.

Vertrouwen
In maart bedroeg de inflatie in India bijna 9 procent. Dat is niet alleen hoog, maar ook nog onverwacht hoog. De centrale bank ging uit van ongeveer 8 procent. Bovendien bleek de inflatie in januari stukken hoger te hebben gelegen dan eerder gemeld.

Daarmee krijgt de centrale bank van het land een extra probleem bij: geloofwaardigheid en vertrouwen van het publiek komt im frage.

Vertrouwen is veruit het belangrijkste bezit van elke centrale bank, meer waard dan al het goud dat er eventueel in de kluizen ligt. Als het vertrouwen in de wil en bereidheid van een centrale bank om impopulaire maatregelen te nemen (lees flinke renteverhogingen als het nodig is) verdwijnt, dan stijgen de rentes en komt de economische groei in de knel.

Paard

Het probleem met vertrouwen is dat het opbouwen ervan een kwestie van jaren, zo niet decennia is, terwijl het verliezen ervan heel snel kan gaan. Zoals een oud-Hollandse gezegde luidt: vertrouwen komt te voet en gaat te paard.

Wat kan de rest van de wereld leren van het feit dat India de strijd tegen de stijgende inflatie niet wint? Dat je de inflatie niet met een paar renteverhogingen niet kunt afschrikken. De centrale bank van India heeft de rente maar liefst 8 keer verhoogd sinds maart vorig jaar. En toch blijft succes uit. De jaarlijkse inflatie bevindt zich op het hoogste niveau in bijna 2,5 jaar.

Bot wapen
Wanneer een centrale bank aan de verliezende kant lijkt te zijn, dan blijft ze met slechts één bot wapen zitten: de rente. Aan het begin van de strijd kan ze nog woorden als een krachtige wapen gebruiken (hinten op renteverhogingen en vervolgens een lange tijd zelf niets doen omdat de financieële markten het werk zelf doen, namelijk de rentes aanjagen, of het actief sturen van de verwachtingen onder beleggers) maar wanneer het vertrouwen verdwijnt, richten woorden heel weinig tot niets uit. Daden zijn dan nodig.

En die daden zijn dan behoorlijke renteverhogingen, waarbij ze van die orde zijn dat de economische groei daaronder erg gaat lijden. Dát is dan de enige manier om de inflatie succesvol te bestrijden. Paul Volcker, de legendarische voorzitter van de Fed, kan erover meepraten. Hij moest de Amerikaanse economie eind jaren zeventig en begin jaren tachtig in een recessie duwen om de uit de and gelopen inflatie te beteugelen.

Inflatie eurozone binnenkort op 3% (of meer)

2,7 procent. Zo hoog was de inflatie in de eurozone in maart. Dat was iets hoger dan de eerste schatting van de Eurostat, het Europese bureau voor de statistiek.

Op 29 april publiceert Eurostat zijn flash estimate, zeg maar de eerste schatting, van hoe hoog de inflatie is geweest in april.

De kans is levensgroot dat de inflatie in de eurozone de komende maanden verder op zal lopen en waarschijnlijk 3 procent zal bereiken.

Statistieken
Dat is niet alleen een kwestie van voorspellen, maar heeft ook veel te maken met de manier waarop de inflatie berekend wordt.

Inflatie is, zoals bekend, de prijsstijging van een mandje goederen en diensten ten opzichte van de prijs ervan een jaar eerder. Dat is van belang, omdat het grootste deel van de inflatiestijging van de afgelopen maanden door de gestegen grondstoffenprijzen, met name olie, komt.

Stel dat de olieprijs de komende pak ‘ m beet drie maanden niet stijgt. Zou de bijdrage aan de inflatie uit die hoek dan afnemen? Helaas niet. Wat voor de berekening van de invloed van de olieprijs op de jaarlijkse inflatie een rol speelt, behalve de olieprijs nu, is de olieprijs in dezelfde maand een jaar eerder.

Olieprijs
Een voorbeeld. Stel, een vat olie was in maart dit jaar 100 euro. In maart vorig jaar was dat nog 85 euro. Dan voeren de statistici in hun spread sheets in de kolom ‘olieprijs’ een prijsstijging van 17,6 procent ((100-85)/85*100).
In april kost een vat olie nog steeds 100 euro. In april een jaar eerder was dat echter 75 euro. In de kolom ‘olieprijs’ komt nu zelfs een prijsstijging van 33,3 procent te staan. De olieprijs is gelijk gebleven vergeleken met maart dit jaar, maar de relevante vergelijking voor inflatiedoeleinden is april vorig jaar (dit is allemaal sterk vereenvoudigd om het voorbeeld duidelijk te maken).

Op naar 3%
Kijken we naar de grafiek van de olieprijs van de afgelopen twaalf maanden, dan zien we onmiddellijk dat de prijs van olie vanaf eind augustus is begonnen aan een fikse stijging. En april, mei en juni? De olieprijs daalde, en flink ook, in april en mei vorig jaar.

Dat betekent dat als de olieprijs nu op de huidige niveaus blijft of zelfs iets daalt, de inflatie de komende paar maanden in ieder geval toch zal stijgen (mits op een wonderbaarlijke manier andere goederen en diensten niet goedkoper worden) alleen al door het beschreven statistische effect.

woensdag 20 april 2011

Zweden zet de strijd tegen inflatie door

De Zweedse centrale bank heeft vandaag voor de zesde achtereenvolgende keer de rente verhoogd. De rente van de centrale bank staat nu op 1,75 procent. In juli, wanneer de volgende vergadering plaats vindt, zal de rente zeer waarschijnlijk verhoogd worden naar 2 procent.

De centrale bank in Stockholm verwacht dat de inflatie zal stijgen de komende tijd, gedragen door de uitstekend presterende Zweedse economie (+ 7,3% in het vierde kwartaal van 2010).

De inflatie in Zweden bedraagt 2,9 procent en is daarmee al veel te hoog. De centrale bank heeft als taak die op maximaal 2 procent te houden.

Ook de stijgende huizenprijzen zijn  de centrale bank een doorn in het oog. Die kunnen tot een zeepbel op de onroerendgoedmarkt leiden.

Inflatie verrast in Canada

Ondanks de ingrepen van de centrale bank van Canada blijft de inflatie er oplopen. Sterker nog, de stijging versnelt zelfs.

In maart kwam de geldontwaarding uit op 3,3 procent op jaarbasis. In februari bedroeg de inflatie nog 2,2 procent. Met 3,3 procent in maart staat de inflatie in Canada op het hoogste niveau in 2,5 jaar.

Verrassing

De stijging ten opzichte van een maand eerder was zelfs het grootst sinds 1991, meldt het Canadese bureau voor de statistiek.

De central bank had er rekening mee gehouden dat de inflatie naar 3 procent zal oplopen, maar volgens de voorspellingen zou dat pas in juni gebeuren. De centrale bank zal de rente nog verder moeten verhogen om de inflatie een halt toe te roepen.

Inflatie in de pijplijn in de eurozone

De inkoopmanagerindex voor de eurozone van april bevat grotendeels goed nieuws. Het ziet ernaar uit dat de Europese economie goed blijft draaien, ondanks de problemen in de zwakke eurolanden. Er was eigenlijk slechts één bron van zorg in de index: de ontwikkeling van de prijzen.

In de dienstensector daalde de index die weergeeft hoe de prijzen die bedrijven moeten betalen aan leveranciers zich ontwikkelen van 82,2 punten naar 79,6 punten. Ondanks die daling blijft de prijzenindex voor de derde opeenvolgende maand bleef die in de hoogste regionen sinds 1998 staan. Een score van meer dan 50 punten geeft aan dat de prijzen stijgen.

Dat is slecht nieuws voor de inflatieontwikkeling de komende tijd omdat de hoogblijvende kosten voor bedrijven gezien kunnen worden als inflatie in de pijplijn.

Alles wordt anders

‘Voor 55 procent van de beleggende Nederlanders vormt het aanvullen van hun pensioen of inkomen de belangrijkste drijfveer om te beleggen’. Dat is een van de belangrijkste conclusies van een onderzoek onlangs uitgevoerd door Blauw Research in opdracht van Robein Vermogensspecialisten.

Ik heb geen onderzoek verricht, maar ik durf te wedden dat veel, zo niet álle, ondervraagden uitgaan van zo’n beetje dezelfde beleggingsomgeving als van vóór de huidige crisis. Met dito rendementen.

Levensgevaarlijk
Dat is levensgevaarlijk. De kans is namelijk groot dat de oude tijden niet meer, of in ieder geval niet voorlopig, terug zullen keren, zoals ik in mijn boek Het inflatiespook uitvoerig beschreven heb en onder meer tijdens de Dag van de Belegger 2010 in een lezing besproken heb.

Dat is niet hetzelfde als dat ik beweer dat beleggen niet meer zal lonen. Integendeel, beleggen kan nog lucratiever worden dan voorheen. Maar voor mij staat het als een paal boven water dat beleggen hoe dan ook harder werken word. Na het Nieuwe Rijden en het Nieuwe Werken komen we in het tijdperk van het Nieuwe Beleggen, is mijn stelling.

Zorgenvrij in de Spaanse zon
Kort door de bocht gold in de tijden vóór de huidige crisis dat geld steken in welk aandeel of beleggingsfonds dan ook, altijd flink wat geld opleverde 12 maanden later. Opdracht doorgeven aan eigen broker en vervolgens languit liggen in de Spaanse zon was mogelijk.

Het Nieuwe Beleggen wordt hard werken daarentegen. Het wordt goed zoeken welke bedrijven wel en welke niet te hebben in de portefeuille. Dat op zijn beurt betekent gedegen analyse maken van waar die bedrijven actief zijn, wat hun pricing power is etc. Maar ook hoe de macro-economische omgeving eruit ziet en eruit zal zien maanden en een jaar later. Kortom, goede, onafhankelijke en tijdige informatie wordt belangrijker dan ooit.

Deze blog probeert daarin te voorzien. Later dit jaar worden de diensten op dat gebied uitgebreid, waarover de komende tijd meer.