maandag 12 november 2012

Gelukkig, Signore Mario Draghi zegt ‘inflatie zal dalen’



De afgelopen dagen is Mario Draghi, President van de Europese Centrale bank (ECB) vaker in het nieuws geweest.

Een van die voorvallen is de opmerking van Draghi na de vergadering van de ECB in november dat de inflatie dit jaar boven de 2 procent zal blijven maar in 2013 terug zal vallen onder de grens van 2 procent. Zijn opmerkingen hebben sommige analisten, die vaak inflatievrees ongegrond (netjes uitgedrukt) of dom vinden, gebruikt als hét argument dat inflatiegevaar overdreven is. 

Zijn de voorspellingen van de ECB voldoende goed om daarop af te gaan en zich dus géén zorgen te maken over stijgende inflatie? Om dat na te gaan, kijken we naar de voorspellingen van de ECB over inflatie van de afgelopen jaren.

Niets aan de hand

De ECB maakt vier keer per jaar, in maart, juni, september en december, voorspellingen over onder meer inflatie openbaar. De economen van de bank doen voorspellingen voor het lopende jaar en een jaar later. Dus in maart 2007 voorspelde de ECB hoe hoog de inflatie zou zijn in dat jaar en in 2008.

Draghi stelde onlangs dat we niet bang hoeven te zijn voor nog meer geldontwaarding in 2013. Dit is dezelfde ECB die ons in loop van 2011 keer op keer op het hart drukte rustig te slapen. De inflatie in 2012 zou zo een 1,6 á 1,7 procent bedragen. In werkelijkheid lag de inflatie sinds het begin van dit jaar op zo een 2,5 procent. 
Dat oogt misschien niet veel, maar dat is hetzelfde als dat iemand vanuit Utrecht naar Amsterdam rijdt en eindigt in Lelystad. Niet al te beste navigator dus. Anders gezegd: de ECB zat vorig jaar met de voorspelling voor de inflatie voor 2012 bijna 60 procent ernaast.

Geen uitzondering

En die misser is helaas geen uitzondering. De ECB blijkt er keer op keer fors naast te zitten. In bijna alle gevallen voorspelde de ECB een aanzienlijk lagere inflatie dan dat de prijzen werkelijk zijn stegen. 
  
In 2007 voorspelde de ECB in maart, juni en september geldontwaarding van zo’n 2 procent voor 2008. In december van 2007 bedroeg de voorspelling 2,5 procent. In werkelijkheid stegen de prijzen in de eurozone in 2008 met 3,3 procent, blijkt uit de cijfers van Eurostat, het Europese bureau voor de statistiek. Wederom een behoorlijke misser.

In 2008 waarschuwde de centrale bank voor ruim 2 procent geldontwaarding in 2009. In werkelijkheid stegen de prijzen met 0,3 procent. Toegegeven, in september van dat jaar viel de Amerikaanse bank Lehman Brothers, iets wat een krachtige aardbeving voor de Westerse economieën bleek te zijn. Niemand en dus ook de ECB, kon zo iets voorzien, dus geen wonder dat de bank er in dat jaar fors naast zat.

Oeps, weer ernaast

In 2009 hield de ECB ons een lange tijd voor dat de inflatie in 2010 maar 1 procent zou bedragen. Later dat jaar krikte de bank die voorspelling naar 1,3 procent. De inflatie in 2010 was 1,6 procent. Een kleine misser dus, nauwelijks iets om de ECB zwaar aan te rekenen.  

In 2010 ging het echter wel weer ouderwets goed mis. De koopkracht van onze euro’s zou in 2011 met 1,5 procent (voorspelling maart) of 1,8 procent (voorspelling december) dalen. In werkelijkheid zakte de koopkracht met 2,7 procent, bijna het dubbele ten opzichte van de verwachting in maart.

Conclusie is dat de ECB er bijna altijd behoorlijk naast zit met zijn inflatievoorspellingen en dat de bank bijna altijd de inflatie (zwaar) onderschat. Met die feiten in het achterhoofd, is het wellicht niet verstandig te roepen, of rustig te slapen, dat de prijzen volgend jaar maar een heel klein beetje zullen stijgen in de eurozone. Zeker niet als het sterkste argument luidt: ‘Signore Draghi zegt dat’.

vrijdag 9 november 2012

Geldcriminelen in Utrecht



In het Geldmuseum in Utrecht is sinds kort de gezinstentoonstelling ‘Snel geld’ te bezoeken. De tentoonstelling heeft als doel te tonen hoe geldcriminelen zoals vervalsers, te werk gaan. De moderne varianten, zoals skimmen en phishing, krijgen ook aandacht. 

Maar ook iemand die nooit slachtoffer is geweest van skimmen of phishing, is beroofd. Zelfs al wordt u nooit daar slachtoffer van: u bent en wordt wel beroofd.

De koopkracht van uw geld daalt namelijk jaar in jaar uit. Vaak is die jaarlijkse daling niet alarmerend, 2 procent per jaar bijvoorbeeld, maar in iets meer dan tien jaar tijd komt dat neer op een verlies van koopkracht van bijna een kwart! Het is hetzelfde als wanneer uw bank om de tien jaar een kwart van uw spaartegoed zou afboeken van uw saldo.

Hoeveel schade zelfs milde, nauwelijks merkbare inflatie per jaar kan aanrichten, heb ik uitvoerig omschreven in mijn net verschenen boek ‘Geldmoord:hoe de centrale banken ons geld vernietigen’ (in hard copy en als e-boek verkrijgbaar). In dat boek laat ik ook zien dat die daling van de koopkracht van ons geld van de afgelopen eeuw qua omvang nooit eerder vertoond is en ook hoogst ongebruikelijk is.  

De inflatie klimt gestaag sinds medio 2009. Toen daalden de prijzen in de eurozone, lidstaten van de Europese Unie die de euro gebruiken, licht. Inmiddels stijgen de prijzen in de eurozone met ruim 2,5 procent. In Nederland bedraagt de geldontwaarding zelfs 2,9 procent of, afhankelijk van de gebruikte rekenwijze, ruim 3 procent. 

Er zijn analisten en economen die de komende jaren (forse) prijsdalingen voorzien. Deflatie wordt dat ook wel genoemd. Daartegenover staan economen die juist (enorme) prijsstijgingen verwachten de komende jaren. Ik behoor tot die laatste groep en heb mijn vrees voor stijgende inflatie in de toekomst onderbouwd in ‘Geldmoord'.

donderdag 8 november 2012

Inflatie Nederland naar 2,9%



Veel Nederlandse kranten hadden deze week een prima gelegenheid goed uit te pakken met stevige koppen. De aanleiding: het CentraalBureau voor de Statistiek (CBS) meldde dat de inflatie in Nederland in oktober opgelopen is van 2,3 procent naar 2,9 procent. Daarmee heeft Nederland te maken met de hoogste inflatie in vier jaar tijd of, afhankelijk van de rekenmethode, zelfs met de hoogste inflatie in een decennium. 

Bij dit cijfer is echter een belangrijke opmerking op zijn plaats. Wat de prijzen aangejaagd heeft, is namelijk de verhoging van de btw per 1 oktober dit jaar, van 19 naar 21 procent. Had de overheid dat niet gedaan, dan zou de geldontwaarding 2,0 procent hebben bedragen.

Eenmaal, andermaal?

Kortom, er is hier sprake van wat een eenmalig effect heet. Over een jaar valt die verhoging van de btw uit de cijfers. Immers, inflatie wordt berekend als prijsverandering van een mandje goederen en diensten over een periode van 12 maanden. In oktober 2013 zullen de prijzen dus vergeleken worden met de prijzen uit oktober dit jaar, waarin de btw-verhoging inbegrepen is.

Daardoor zal de btw-verhoging geen rol meer spelen voor de jaarlijkse inflatie. Dit in tegenstelling tot nu bijvoorbeeld, wanneer de prijzen vergeleken worden met de prijzen van dezelfde goederen en diensten in oktober 2011. Toen zat overal nog 19 procent btw op, nu is dat 21 procent, waardoor de procentuele stijging van de prijzen natuurlijk behoorlijk hoger uitpakt.

Zorgpremies

Hierbij zijn er twee dingen waarmee u rekening moet houden. De eerste is dat mocht de overheid de komende tijd meer belastingen en heffingen verhogen, er geen sprake meer zal zijn van een eenmalig effect op de inflatie. Stel dat de overheid de btw in het voorjaar van 2013 bijvoorbeeld verhoogt met 1 procentpunt. We kunnen dan niet meer spreken van weer een eenmalig effect.

Waar verder rekening mee gehouden moet worden is dat er de komende tijd allerlei prijzen omhoog zullen gaan, die echter niet mee tellen voor de berekening van de inflatie. Een goed voorbeeld is de verhoging van het eigen risico in de zorg. Dat is niets anders dan een hogere uitgave voor iedereen. 
 Die hogere uitgave telt echter niet meer voor de berekening van de inflatie. Hetzelfde geldt straks voor verhoging van de zorgpremies voor grote groepen Nederlanders, als de plannen van het nieuwe kabinet voor een inkomensafhankelijke zorgpremie doorgevoerd worden.

maandag 5 november 2012

Nivelleren in Nederland



Sinds een paar dagen is er veel te doen rondom het verschijnsel ‘nivelleren’, ofwel de verschillen tussen rijk en arm, of beter gezegd minder rijk, te verkleinen in Nederland. De voornemens voor een inkomensafhankelijke zorgpremie en eigen risico van het nieuwe kabinet, hebben namelijk dat als doel.

Zijn die verschillen in Nederland zodanig groot dat nivelleren nodig is (dan heb ik het er nog  niet over dat inkomstenbelasting het nivelleringsmechanisme moet zijn en niet de zorgpremies)? Dat is een kwestie van smaak, elk antwoord erop is subjectief. 

Wat de één wel een groot verschil vindt, vindt een ander juist slechts een verschilletje. Wat ik in mijn boek Geldmoord heb gedaan, is gekeken naar de ontwikkeling van dat verschil in de afgelopen jaren en decennia, onder meer in Nederland. Wat komt daar uit?

Uit een studie van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat de inkomensverschillen in Nederland sinds 1977 zijn toegenomen. De zogeheten Gini-coëfficiënt steeg namelijk van 0,23 naar 0,27.

Gini-coëfficiënt, voor het eerst genoemd in 1912, is vernoemd naar de Italiaanse statisticus Corrado Gini. De Gini-coëfficiënt loopt van 0 tot 1 en geeft de mate van inkomensgelijkheid in een land aan. Bij een score van 0 heeft iedereen hetzelfde inkomen en bij 1 is al het inkomen in handen van één persoon.

Ter vergelijking: in de VS bedraagt die tussen 0,45 en 0,50. En in de landen om ons heen? De Oeso, Organisatie voor Economische Ontwikkeling en Samenwerking, houdt talloze cijfers bij, waaronder de Gini-coëfficiënt. Die blijkt in bijna álle landen sinds medio jaren tachtig gestegen te zijn. Alleen in Frankrijk, Hongarije en België bleef die onveranderd. Een daling is te vinden in Griekenland en Turkije. Nederland is met zijn stijging dus alles behalve een uitzondering.

Dat is de verandering. Als we naar het niveau kijken, dan zien we dat de Gini-coëfficiënt in de Scandinavische landen maar ook Luxemburg, Frankrijk en Duitsland lager is dan in Nederland.
Kortom, de ongelijkheid in Nederland is sinds 1977 toegenomen, maar de stijging is wel erg klein.

Dat gezegd hebbende: de trend is omhoog gericht, concludeerde De Nederlandsche Bank in het Kwartaalbericht uit juni 2008. In het artikel ‘Inkomensongelijkheid in Nederland minder stabiel dan het lijkt’, tot de conclusie dat ‘hoewel de totale inkomensongelijkheid in Nederland al jaren stabiel is, onderliggende trends toenemende verschillen laten zien’. 

Dus, is nivelleren nodig in Nederland? Zoals gezegd: dat is een kwestie van smaak. De feiten zijn er zodat een ieder voor zichzelf de conclusie kan trekken. Één ding weet ik wel zeker: als de inflatie de komende jaren inderdaad verder stijgt, dan zal de inkomensongelijkheid zeker ook toenemen.


woensdag 24 oktober 2012

Bernanke verlaat de Fed: gevolgen voor inflatie



Groot nieuws gisteren in de Amerikaanse krant The New York Times: Ben Bernanke, de voorzitter van de Amerikaanse centrale bank, de Fed, heeft naar verluidt tegen vrienden gezegd dat hij zich niet beschikbaar zal stellen voor een derde termijn als de baas van de Fed. Ik heb dezelfde dag van veel beleggers, geïnteresseerden maar ook managers en uit de pensioenwereld, veel vragen gekregen hierover. Allemaal gaan ze over: wat voor gevolgen kunnen er zijn wat het beleid van de Fed betreft. Dit stuk is mijn antwoord op die vraag. 

Eerst even een stukje over de benoemingen, zodat het duidelijk is waar we over praten. Elk lid van het bestuur van de Fed wordt benoemd voor een éénmalige termijn van 14 jaar. Een van de bestuursleden wordt voorzitter, op voordracht van de Amerikaanse President. De termijn als voorzitter duurt 4 jaar en is níet eenmalig. Bernanke begon aan zijn eerste termijn als voorzitter begin 2006 onder President George W. Bush. De huidige President, Barack Obama, droeg Bernanke voor voor de tweede termijn in 2010. 

Als Bernanke inderdaad begin 2014 de Fed verlaat – het is uitgesloten dat hij als bestuurslid zal aanblijven hoewel zijn termijn als bestuurslid tot 31 januari 2020 loopt – wat gaat er dan gebeuren? Natuurlijk wordt er een nieuwe voorzitter gekozen.

Als Mitt Romney de komende Amerikaanse presidentsverkiezingen wint, zal hij waarschijnlijk zijn economisch adviseur (die ook George W. Bush adviseerde) en de Harvardse hoogleraar Gregory Mankiw voordragen als opvolger van Bernanke. 

Blijft Obama daarentegen zitten in het Witte Huis, dan schijnt voormalig Amerikaans minister van Financiën Lawrence Summers de opvolger te zullen zijn. Een andere mogelijkheid is dat de huidige vice-voorzitter, Janet Yellen, gepromoveerd wordt (zij zou daarmee de eerste vrouw op die positie zijn en überhaupt de eerste vrouw als baas van een van de belangrijke centrale banken in de wereld).

Als Mankiw Bernanke opvolgt, dan zal hij zeer moeilijk zijn wil kunnen opleggen aan het Fed-bestuur. De overige leden ervan zijn namelijk bijna allemaal benoemd door Barack Obama, waardoor het Fed-bestuur behoorlijk Democrat-leaning is, ofwel er is een hoog Democratengehalte erin. Dat maakt de kans groot dat er behoorlijke spanningen zullen ontstaan tussen Mankiw en de rest van het bestuur en daarmee ook tussen de Fed en het Witte Huis.

Het is bovendien een illusie om ervan uit te gaan dat een door een Republikeinse president benoemde baas van de Fed, per definitie een strenger monetair beleid zal voeren. Alan Greenspan is het meest recente voorbeeld van een Republikein die, zoals ik uitgebreid beschrijf in mijn nieuwe boek ‘Geldmoord: hoe de centrale banken ons geld vernietigen’, juist bijna twee decennia lang aanhoudend (veel) te ruim monetair beleid heeft gevoerd, waardoor de koopkracht van de dollar enorm is gedaald.

Als Obama wint en Summers of Yellen de Fed gaat besturen, zal dat gevolgen hebben voor de verwachting van veel economen, waaronder ik, dat het Westen de komende jaren hoge inflatie mee zal maken?

Zoals ik in ‘Geldmoord’ uitleg, is hoge inflatie de komende jaren NIET onvermijdelijk. Om die te voorkomen, moeten de centrale banken twee dingen doen, die in mijn boek uitgebreid aan de orde komen. In mijn ogen verandert de eventuele komst van Summers, Yellen of Mankiw op de hoogste post bij de Fed weinig aan de in mijn ogen hoge kans op verder stijgende inflatie de komende jaren.

Wat de gevolgen van de wisseling van de wacht bij de Fed kunnen zijn op de waarde van de dollar en de rentes in de VS en elders in het Westen, daarover kan men een speciaal rapport schrijven. Dat ga ik ook doen de komende dagen. Dat rapport zal gratis opgestuurd worden naar alle abonnees op mijn gratis nieuwsbrief.  

Pensioenfondsen en bedrijven die veel met renteontwikkelingen te maken hebben, kunnen per mail contact opnemen voor dat special report.